Een tweede kans

Door: Erna van Balen

Analies weet precies wat ze wil: haar eigen kapperszaak beginnen. Ze heeft al een kappersdiploma en is net begonnen met een opleiding tot aankomend verkoopmedewerker. Maar ze heeft een probleem: voor haar stage heeft ze een ‘Verklaring Omtrent het Gedrag’ nodig. En daar valt moeilijk aan te komen, want Analies is in aanraking geweest met Justitie. Wat ze op haar kerfstok heeft, doet er niet meer toe: Ze wil een tweede kans, een nieuwe toekomst.  “Als je in de gevangenis gezeten hebt, denken mensen dat je niet meer kunt werken. Maar dat is mijn verleden. Ik wil het nu goed doen”, zegt ze.

Gevangenisstraf is misschien wel minder erg dan de gevolgen ervan: het drukt een levenslang stempel op mensen. Bovendien raken ze in de gevangenis vaak hun huis en inkomen kwijt. En soms zijn er ook nog problemen met schulden of andere persoonlijke zaken. Na vrijlating moet een ex-gedetineerde dan ook helemaal opnieuw een leven opbouwen.

Vooroordelen zijn er bij die nieuwe start genoeg: sommige werkgevers  staan niet te springen een ex-gedetineerde  aan te nemen. Terwijl juist ex-gedetineerden zoveel behoefte hebben aan nieuwe sociale contacten, zingeving en een inkomen. Daarom bemiddelt Exodus bij organisaties om welwillende ex-gedetineerden aan werk te helpen en vooroordelen te overwinnen.

Dat traject begint vaak met iemand klaarstomen voor werk: afspraken nakomen, op tijd komen en opnieuw leren omgaan met anderen. Aart Both, coördinator werk bij Exodus, helpt ex-gedetineerden werkervaringsplaatsen te vinden, in het begin vaak onbetaald. “Wat ik belangrijk vind, is dat mensen perspectief hebben. Het is geen zoethouden, maar het moet een stap dichter bij betaald werk brengen”, legt hij uit.

Regelmatig krijgt Aart te maken met organisaties die terughoudend reageren. Hij probeert zoveel mogelijk het gesprek aan te gaan en soms ontstaan er dan toch mogelijkheden. Oud-Exodusbewoner Sylvia, die helemaal zelf een baan vond als orderpicker op een bloemenveiling, had geluk: haar baas accepteerde haar verleden. “Het enige wat ze wilden weten was of ik geen moord begaan had”, vertelt ze. Vooroordelen bestaan ook bij haar directe collega’s, heeft ze gemerkt aan de negatieve manier waarop die praten over inbrekers en drugsverslaafden. Haar collega’s weten daarom niet van haar achtergrond. Dat wil ze graag zo houden.

Op haar werk geeft Sylvia het erg naar haar zin. In haar begintijd bij Exodus deed ze ook wel vrijwilligerswerk als dagbesteding om maar de deur uit te zijn. Maar nog liever wilde ze werk doen dat ze leuk vond. Ook voor Analies was haar eerste baan in een wasserette een goede manier om met verschillende mensen samen te werken. Voor beide vrouwen brengt werken structuur in hun leven, waardoor ze werk en vrije tijd beter kunnen scheiden.

In tijden van hoge werkloosheid en met heersende vooroordelen valt het niet mee geschikte werkplekken te vinden voor ex-gedetineerden. Maar Analies heeft al nagedacht over een oplossing voor als ze eenmaal een goedlopende kapperszaak heeft. “Exodusbewoners kunnen dan gewoon bij mij komen werken”, lacht ze.

This entry was posted in Arbeid, Programma, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply